Navigatie

Home Contact
E-mail Print PDF

Tijdens de ALV van de Raad van Beheer op 24 Juni 2012 zijn de volgende voorstellen aangenomen.

1.  het formaat van het VerenigingsFokReglement (VFR)
Het VFR zal het huidige RasspecifiekFokReglement gaan vervangen

2. Rasexamens voor keurmeesters
Hierbij is nu geregeld wie en hoe een rasexamen zal organiseren indien er meerdere rasverenigingen zijn.

3. Aanvullingen/wijzigingen van het KR
Gewijzigde artikelen
Artikel 2
1. In dit reglement wordt verstaan onder:
w. Verenigingsfokreglement (VFR): aantoonbaar schriftelijk stuk waarin regels worden gesteld ter
bevordering van het fokken van gezonde honden in een omgeving waarin honden volgens de
algemeen binnen de Raad van Beheer geldende normen gehouden en opgevoed moeten worden.
Deze regels mogen niet in strijd zijn met de 'international breedingrules' van de F.C.I. en de nationale
wet- en regelgeving, en dienen openbaar gemaakt te worden.

Artikel 6
1. Het lidmaatschap zal worden toegekend, indien:
a. de statuten van de kynologische vereniging voldoen aan hetgeen wordt vereist in de
Statuten en dit reglement van de Raad van Beheer;
b. voldaan is aan artikel 5 van dit reglement;
c. het een Regionale Vereniging betreft, de vereniging ten tijde van het verzoek om lid te
worden ten minste vijftig stemgerechtigde leden telt, alsmede een door de Raad van Beheer
dan wel de F.C.I. gereglementeerde tak van hondensport bedrijft;
d. het een Rasvereniging betreft, is het minimum aantal stemgerechtigde leden waaruit de
vereniging ten tijde van het verzoek om lid te worden dient te bestaan gesteld op 10% van
het aantal ingeschreven honden per jaar, met een minimum van 50 stemgerechtigde leden.
Ter bepaling van het minimum aantal stemgerechtigde leden wordt gerekend met het
gemiddeld aantal ingeschreven honden van het desbetreffende Ras - en ingeval van een
Rasvereniging die de belangen van meerdere rassen behartigt van de gezamenlijke
inschrijvingen van de betreffende rassen - in de Nederlandse hondenstamboekhouding
gerekend over de drie jaren voorafgaand aan het verzoek om lid te worden.
e. het een Rasvereniging betreft, in de laatste drie jaren ten minste dertig honden van het
desbetreffende Ras of ingeval van een Rasvereniging die de belangen van meerdere rassen
behartigt van de gezamenlijke inschrijvingen van de betreffende rassen in de Nederlandse
hondenstamboekhouding zijn ingeschreven;
f. het een Regionale Vereniging betreft, in het betreffende werkgebied niet reeds een
Regionale Vereniging aangesloten is die in hetzelfde gebied of een deel daarvan werkzaam
is;
g. het een Rasvereniging betreft, de algemene ledenvergadering van de vereniging een
Verenigingsfokreglement heeft vastgesteld;
h. het Bestuur de toekenning van het lidmaatschap niet in strijd acht met algemene of
bijzondere kynologische belangen.

Artikel 9
1. Er zijn ten behoeve van het van het overleg tussen de Aangesloten Rasverenigingen tien
Rasgroepen ingesteld, te weten:
a. Herdershonden en Veedrijvers (FCI Rasgroep 1)
b. Molossers, Pinschers en Schnauzers, Sennenhonden (FCI Rasgroep 2)
c. Terriers (FCI rasgroep 3)
d. Dashonden (FCI Rasgroep 4)
e. Spitsen en Oertypen (FCI Rasgroep 5)
f. Lopende Honden en Zweethonden (FCI Rasgroep 6)
g. Voorstaande Honden (FCI Rasgroep 7)
h. Spaniels, Retrievers en Waterhonden (FCI Rasgroep 8)
i. Gezelschapshonden (FCI Rasgroep 9)
j. Windhonden (FCI Rasgroep 10)
Iedere aangesloten Rasvereniging wijst vóór 15 juni van ieder jaar voor het overleg binnen de
Rasgroep waartoe zij behoort, twee vertegenwoordigers aan, waarvan er één stemrecht heeft,
en doet daarvan schriftelijk mededeling aan de Raad van Beheer en aan de secretaris van de
Rasgroep. Een Rasvereniging wier taak zich over meer dan één Rasgroep uitstrekt, kan aan
het overleg in alle rasgroepen waarbinnen de vereniging taken heeft, deelnemen en heeft in
deze rasgroepen ook stemrecht. Daarnaast deelt de rasvereniging dit, indien van toepassing,
schriftelijk mee aan de Raad van Beheer en aan de secretaris van de rasgroep.

Artikel 10
Ieder Aangesloten Vereniging is verplicht:
3. haar Statuten, Huishoudelijk(e) Reglement(en) en Verenigingsfokreglement(en), evenals
wijzigingen of aanvullingen daarvan/daarop, te onderwerpen aan de voorafgaande goedkeuring
van het Bestuur, welke verplichting in haar Statuten, Huishoudelijk(e) Reglement(en) en
Verenigingsfokreglement(en) dient te zijn verwoord. Het Bestuur neemt binnen drie maanden na
ontvangst van het verzoek tot goedkeuring een beslissing hieromtrent;

Artikel III.12
1. De inschrijving in de Nederlandse stamboekhouding geschiedt door opname van de volgende
gegevens:
a. het Ras en eventueel de Variëteit
b. de naam van de hond;
c. het aan de hond toegekende registratiekenmerk;
d. de namen en registratiekenmerken van de ouders of, indien en voor zover de ouders niet in
de Nederlandse maar wel in een door de F.C.I. erkende buitenlandse stamboekhouding
zijn opgenomen, van de ouders en voorouders zo mogelijk tot in de derde generatie;
e. het resultaat van de door de Raad van Beheer voor het betreffende ras verplicht gestelde
(screenings)onderzoeken van de ouderdieren op het moment van de dekking;
f. het geslacht;
g. de kleur;
h. de aantekening “Niet erkende kleur” onderscheidenlijk “Niet erkende vacht”, indien de kleur of vacht
van de hond afwijkt van hetgeen voor het Ras, onderscheidenlijk de Variëteitsgroep of
Variëteit erkend dan wel kenmerkend is;
i. de datum van geboorte;
j. eventuele bijzonderheden, de hond betreffende;
k. het identificatienummer;
l. de naam en het adres van de Fokker;
m. de naam en het adres van de Eigenaar en de namen van eventuele mede-eigenaren.
1. Door of vanwege de Raad van Beheer kunnen door middel van een stempelafdruk, perforatie
of anderszins bijzondere aantekeningen op een af te geven of reeds afgegeven Stamboom
onderscheidenlijk afstammingsbewijs worden aangebracht.
2. Indien artikel III.12, eerste lid onder h, van toepassing is, wordt de aanduiding “Niet erkende
kleur” of “Niet erkende vacht” op de Stamboom onderscheidenlijk het afstammingsbewijs vermeld.
3 Indien de ouderdieren van de pup hebben voldaan aan de door de Raad van Beheer vastgestelde
voorwaarden wat betreft gezondheidsonderzoeken en gedragstesten voor het betreffende
ras, dan wordt op de stamboom vermeld dat de combinatie “voldoet aan de voorwaarden
vastgesteld door de Raad van Beheer na advies van de betreffende rasvereniging(en)”. De
voorwaarden waaraan de combinatie van een ras moet voldoen, zijn openbaar.
4 Indien de ouders van de pup niet hebben voldaan aan de door de Raad van Beheer vastgestelde
gezondheidsonderzoeken c.q. gedragstesten voor het betreffende ras, dan wordt op de stamboom
vermeld dat de combinatie “niet voldoet aan de minimale voorwaarden vastgesteld door de Raad van
Beheer na advies van de betreffende rasvereniging(en)”.

Artikel IV.2
1. De Keurmeester kiest bij het Kwalificeren van de honden uit de volgende kwalificaties:
a. uitmuntend: voor honden die zodanig aan de Standaard voldoen dat een geringe afwijking
of een kleine fout het ideale rasbeeld niet verstoort en de kwaliteit van de hond zodanig is
dat hij voor een kampioenschapsprijs in aanmerking kan komen;
b. zeer goed: voor honden die in het algemeen aan de Standaard voldoen maar door enkele
onvolkomenheden, die het ideale rasbeeld verstoren, niet voor de kwalificatie
“uitmuntend” in aanmerking komen;
c. goed: voor honden die nog wel aan de Standaard voldoen maar door verschillende
afwijkingen, die het ideale rasbeeld duidelijk verstoren, of door een ernstige fout niet
voor een hogere kwalificatie in aanmerking komen;
d. matig: voor honden die in te geringe mate aan de Standaard voldoen of door een zeer
ernstige fout niet voor een hogere kwalificatie in aanmerking komen.
2. Bij het beoordelen van de honden neemt de keurmeester naast de rasstandaard ook in acht de
regels die daarover gemaakt zijn en vastliggen in de Nederlandse “gedragscode voor
exterieurkeurmeesters” en de internationale regels vastgesteld door de F.C.I.;
3. Honden die niet aan de Standaard voldoen, die een volgens de Standaard diskwalificerende
fout vertonen of ernstige anatomische afwijkingen hebben waardoor de gezondheid van het ras wordt
geschaad (onder meer conform de FCI regels), worden gediskwalificeerd.

Artikel VI.23D
1. Het is verboden om met honden te fokken die aantoonbaar lijden aan een of meer
aandoeningen die de gezondheid en het welzijn van de hond of zijn nakomelingen ernstig in
gevaar kan brengen.
2. Aandoeningen dienen te worden verwoord in het VFR van de rasvereniging. Indien
verschillende rasverenigingen voor hetzelfde ras niet tot een eenduidig overzicht komen zal
deze door de gezondheidscommissie worden opgesteld en ter vaststelling worden voorgelegd
aan de Raad van Beheer.


Hoofdstuk VIII: Fokkerij en Gezondheid (nieuw)
Titel 2 : Verenigingsfokreglement (nieuw)
Artikel VIII.4 (nieuw)
1. Rasverenigingen dienen in hun fokbeleid aan te geven welke aandoeningen die de
gezondheid, het gedrag en/of het welzijn van het ras schaden er zijn en tevens dienen zij aan
te geven welke maatregelen worden getroffen ten einde deze terug te dringen. Deze
maatregelen moeten worden vastgelegd in het in lid 2 genoemde Verenigingsfokreglement.
2. Op basis van artikel 6 Huishoudelijk Reglement is elke Aangesloten Rasvereniging verplicht
voor elk van de onder haar vereniging ressorterende rassen een Verenigingsfokreglement
(VFR) vast te stellen. Als het gaat om een vereniging die meerdere rassen behartigt, kan het
VFR gebundeld worden tot één reglement onder de voorwaarde dat de voorwaarden per ras
duidelijk worden aangegeven;
3. Het VFR is minimaal gebaseerd op een door de Raad van Beheer vastgesteld format waarin
de minimale basisregels en voorwaarden voor de fokkerij van honden zijn opgenomen.
4. Het VFR wordt na goedkeuring door de Algemene Ledenvergadering van de Rasvereniging
ter controle aangeboden aan de Raad van Beheer. De Raad van Beheer controleert of het
VFR aan de minimale voorwaarden voldoet en in het juiste format is opgemaakt.
5. Indien het VFR niet aan de minimale voorwaarden c.q. in het juiste format is opgemaakt, dan
zal de Rasvereniging daarvan in kennis gesteld worden en krijgt zij de tijd dat binnen een
periode van zes maanden dit alsnog aan te passen.

Artikel VIII.5 (nieuw)
1. De Raad van Beheer wordt door de Rasvereniging van elke aanpassing in het VFR in kennis
gesteld.
2. Indien de aanpassingen niet voldoen aan de minimale voorwaarden c.q. in het juiste format is
opgemaakt, dan zal de Rasvereniging daarvan in kennis gesteld worden en krijgt zij de tijd dat
binnen een periode van zes maanden alsnog aan te passen.
Titel 3: Totstandkoming minimale voorwaarden voor de fokkerij van rashonden

Artikel VIII.6 (nieuw)
1. Met de aangesloten rasverenigingen worden afspraken gemaakt over de invulling van minimale
voorwaarden zoals genoemd in III.12 en III.36 betreffende de gezondheid en zo nodig ook het
gedrag van ouderdieren op het moment van de dekking.
2. Op advies van en na overleg met de rasvereniging(en) van het betreffende ras wordt door de
Raad van Beheer een lijst van onderzoeken opgesteld die de ouderdieren voorafgaand aan de
dekking met een voldoende resultaat moeten hebben behaald.
3. De Raad van Beheer neemt deze lijst van onderzoeken over en bepaalt dat deze noodzakelijk zijn
bij het vermelden van het resultaat op de stamboom van de pups uit deze combinatie, conform
artikel III.36.
4. Wanneer er meerdere verenigingen voor een ras zijn, dan vraagt de Raad van Beheer alle bij het
ras betrokken verenigingen een advies in te dienen conform het bepaalde in lid 3 van dit artikel.
De Raad van Beheer vergelijkt de betreffende adviezen en kiest daaruit allereerst de onderzoeken
die gezamenlijk worden aangegeven. Verschillen worden in 2e instantie voor advies aan de
betrokken rasverenigingen voorgelegd, waarbij de betrokken verenigingen drie maanden de tijd
hebben hierop gemotiveerd te reageren, dan wel gezamenlijk tot een oplossing te komen. De
Raad van Beheer beslist daarna over de lijst van onderzoeken.

Artikel VIII.7 (nieuw)
1. Bij het gebruik van een reu die ingeschreven is in een buitenlands stamboek dat door de FCI
is erkend, geldt de voorwaarde dat de reu voor de dekking moet hebben voldaan aan
vergelijkbare gezondheids- en gedrageisen zoals die voor het betrokken ras in Nederland
gelden en gevraagd worden.
2. Als de buitenlandse reu voldoet aan de in zijn land van herkomst geldende gezondheids- en
gedragseisen of voldoet aan de onderzoeken zoals die in Nederland voor het betreffende ras
gelden, dan voldoet de dekking voor wat de ingezette reu betreft aan de eisen zoals bedoeld
in artikel III.36.
3. Als de buitenlandse reu niet voldoet aan de in zijn land van herkomst geldende gezondheidsen
gedragseisen of niet voldoet aan de onderzoeken zoals die in Nederland voor het
betreffende ras gelden, dan wordt op de stamboom van de pups vermeld dat de combinatie
“niet voldoet aan de minimale voorwaarden vastgesteld door de Raad van Beheer na advies
van de betreffende rasvereniging(en)”.
4. Als “land van herkomst” van de reu geldt het land waar de hond in het stamboek staat
ingeschreven.

Artikel VIII.8 (nieuw)
1. Indien de meningen van de Raad van Beheer en de vereniging(en) over de lijst van onderzoeken
niet met elkaar overeenkomen, dan hebben beide partijen de mogelijkheid hun verschil van
mening voor te leggen aan een commissie van deskundigen. Deze commissie wordt door het
bestuur van de Raad van Beheer ingesteld voor een nader te bepalen periode. Artikel 25 lid 3
Statuten is van toepassing op deze commissie van deskundigen.
2. De in lid 1 genoemde commissie wordt benoemd door de Raad van Beheer en bestaat minimaal
uit:
a. Een door de Raad van Beheer aan te wijzen deskundige;
b. Een door elke betrokken rasverenigingen aan te wijzen deskundige op het gebied van
de dierengeneeskunde en/of genetica. Dit kunnen voor elke betrokken rasvereniging
afzonderlijke personen zijn;
c. Een door alle partijen gezamenlijk te kiezen deskundige met een diergeneeskundige
en/of genetische achtergrond c.q. iemand die op wetenschappelijk niveau bezig is met
onderzoeken en/of plannen van aanpak op het terrein waarvoor de commissie
deskundigheid nodig acht;
3. Deze commissie geeft binnen twee maanden na instelling een gemotiveerd en bindend advies
aan de Raad van Beheer waarbij tevens de duur van dit advies wordt aangegeven. De Raad van
beheer neemt binnen twee maanden op basis van het bindende advies een besluit.
4. De commissie kan worden aangevuld met andere personen die voor het uitvoeren van haar taak
door de Raad van Beheer en de betrokken rasverenigingen nodig geacht worden

Artikel VIII.9 (nieuw)
Met de betrokken rasvereniging(en) worden afspraken gemaakt over de ingangsdatum van de
onderzoeken waaraan voldaan moet worden. Deze datum ligt in elk geval tussen de vijf maanden en
tien maanden vanaf het moment waarop het besluit op de website van de Raad van Beheer is
gepubliceerd. Het definitief vastleggen van de ingangsdatum is voorbehouden aan de Raad van
Beheer.

 

4 intentieverklaring waarin u aangeeft dat het belangrijk is te komen tot het verplicht afnemen van DNA bij ouderdieren en hun pups.
Over dit punt is na de ALV discussie ontstaan. Tijdens de vergadering is door het bestuur van de RVB aangegeven dat het hier alleen zou gaan om een intentieverklaring. In de publicaties die de RVB nu echter na buiten brengt wordt gesproken over een principebesluit tot verplichte DNA afname en afdracht.

 

 

Adverteren in het Collieblad