Door De Collieclub wordt uitsluitend Pupinfo verleend indien beide ouders bij officieel oogonderzoek vrij zijn bevonden van PRA. Bij de korthaar collies geldt tevens dat beide ouders vrij bevonden zijn van CEA, voor de langhaar collies geldt dat een van beide ouders vrij dient te zijn van CEA.
Honden die op officieel op CEA en PRA zijn onderzocht, zijn in het bezit van een door de Afdeling GGW afgegeven certificaat, of een gelijkwaardig buitenlands certificaat bijvoorbeeld in het geval van geïmporteerde honden. Een en ander wordt op de Puppylijst vermeld.
Collie Eye Anomaly (CEA)
CEA is een verzamelnaam van een groep aangeboren ontwikkelingsstoornissen aan een of beide ogen, die gedurende het leven van de hond in de meeste gevallen stabiel blijft. De pups worden dus met CEA geboren of niet. CEA veroorzaakt geen pijn voor de hond.
Er bestaan verschillende soorten CEA:
- TORT = tortuosity. Dit is de lichtste afwijking, die bestaat uit een overmatige kronkeling van de netvliesvaatjes. Er bestaat enig verschil van mening over de vraag of TORT wel bij het CEA-syndroom behoort. TORT geeft geen problemen met het gezichtsvermogen.
- CRD = chorioretinale dysplasie. Hierbij zijn kleine gebiedjes netvlies-vaatvlies verkeerd aangelegd. CRD geeft geen problemen met het gezichtsvermogen.
- COL = colobomata (sluitingsdefecten). Een coloboma geeft alleen bij hoge uitzondering problemen met het gezichtsvermogen, zelfs als zij erg groot zijn en/of in de papil of blinde vlek liggen.
- De ernstigste typen afwijkingen die horen bij CEA zijn AR = netvliesloslating (kan tijdens het leven enigermate veranderen), IOB = bloedingen in het oog (kan tijdens het leven enigermate veranderen) en HP = hypoplastische papil (onderontwikkelde oogzenuw). Deze vormen hebben vrijwel steeds blindheid van het desbetreffende oog tot gevolg. Het is overigens niet geheel duidelijk of HP inderdaad bij het CEA-syndroom behoort of dat het een aparte afwijking is.
Er komen ook overgangsvormen voor, waarbij niet zeker is of de hond net wel of net niet als vrij van CEA moet worden beschouwd. Deze honden worden als twijfelgevallen aangemerkt.
In het kader van de bestrijding van CEA is het het beste de controle op de afwijking in de 6e levensweek te verrichten, omdat bij de lichtste vormen de plekjes bij de vorming van de reflectorlaag in het oog (7-8e week) worden afgedekt en daardoor aan het oog van de onderzoeker worden onttrokken. Dergelijke honden lijken daardoor later vrij van CEA, terwijl zij bij de nestcontrole niet-vrij zouden hebben gekregen; zogenaamde "go normals". Voor de vaststelling van de overige vormen van CEA is het beter als de oogbol volgroeid is.
CEA is een erfelijke afwijking, die een enkelvoudig, niet geslachtsgebonden, recessieve wijze van overerven zou vertonen. Toch lijkt het erop, dat er een zekere variatie in de expressie aanwezig is, waardoor het patroon van overerven wat minder simpel is dan bij de PRA-nachtblindheidsvorm (zie onder).
Progressieve Retina Atrofie (PRA)
PRA-nachtblindheidsvorm is een progressieve afwijking aan één of beide ogen, die begint met nachtblindheid en daarna verergert, om tenslotte te leiden tot blindheid aan één of beide ogen. Een hond met PRA behoort van de fok te worden uitgesloten.
PRA volgt steeds een niet geslachtsgebonden, enkelvoudig recessief patroon van overerven. Dit wil zeggen dat lijders aan PRA de eigenschap van de vader en de moeder moeten hebben geërfd, beiden moeten dus op zijn minst dragers van de PRA-eigenschap zijn.
PRA komt tot op heden bij de Collie zeer zelden voor. Om te zorgen dat deze ernstige afwijking geen kans krijgt zich binnen het ras te verspreiden, wordt toch een geldig PRA-onderzoek bij de betreffende ouderdieren verplicht gesteld voor het verkrijgen van Pupinfo. De geldigheidsduur van een PRA-onderzoek is momenteel 1 jaar.




