Ernstige bijwerkingen
Onder deze titel is er een artikel verschenen in Tijdschrift voor Diergeneeskunde deel 129 aflevering d.d. 1 september dat door enkele dierenartsen aan leden van onze vereniging is verstrekt. Ook het weekblad Margriet heeft in een artikel, geschreven door dierenarts Diana van Houten, en ons toegestuurd door Rian Hamer-Walter, aandacht besteed aan de bijwerkingen van bepaalde geneesmiddelen.
Al sinds de jaren 80 is het bekend dat bij veel Collies toxiciteitsverschijnselen zichtbaar waren na toediening van Ivermectine in duidelijk lagere doseringen dan bij andere hondenrassen. In 2003 is ontdekt dat dit wordt veroorzaakt door een mutatie in een gen. Dit gen zorgt voor de produktie van een transporteiwit, dat onder andere in de bloedhersenbarriere zorgt voor het buiten de hersenen houden van bepaalde geneesmiddelen en toxinen. Als dit eiwit ontbreekt kunnen stoffen uit het bloed. die normaliter niet in hersenweefsel penetreren. in de hersenen komen en ernstige neurologische verschijnselen veroorzaken; zelfs leidend tot de dood. Middelen waarvan dit bekend is, of verwacht kan worden, zijn:
- Ivermectine, Selamectine, Doxamectine = antiparasiticum
- Loperamide = antiaridiarhoicum
- Digoxine = hartglycoside
- Vincristine = cytostaticum
- Ondansetron = antiemeticum
- Doxyrubicine = cytostaticum
- Cyclosporine A = immunosuppresivum
- Dexamethason = glucocorticoid
Rassen waarin een genmutatie of geneesmiddelen overgevoeligheid is gerapporteerd, zijn: Australische Herders. Shetland Sheepdogs. Border Collies, Bearded Collies, langharige Whippets, Zijden Windhonden, McNabs, Old English Sheepdogs en witte Duitse Herders.
In de meeste gevallen van intoxicaties is alleen een symptomatische behandeling mogelijk. Bij orale toediening moeten ook maatregelen genomen worden om het nog niet opgenomen deel van de medicatie uit het maagdarmkanaal te verwijderen. (Koolstof en Paraffine).
De beste preventie is de middelen niet toedienen. In Amerika is het mogelijk om je dier te testen op het hebben van de mutatie. Dit is zeker een aanrader voor de fokkerij. Deze test staat echter in Europa nog niet ter beschikking.
Op de Amerikaanse site worden min of meer dezelfde soort middelen genoemd (zie lijstje hieronder) onder een andere naam.
- Ivermectin (antiparasitic agent)
- Loperamide (Imodium ®; over-the-counter antidiarrheal agent)
- Doxorubicin (anticancer agent)
- Vincristine (anticancer agent)
- Vinblastine (anticancer agent)
- Cyclosporin (immunosuppressive agent)
- Digoxin (heart drug)
- Acepromazine (tranquilizer)
- Butorphanol (pain control)
Het laatst genoemde middel, Butorphanol, is een van de ingrediënten van Torbugesic, een middel dat in de Verenigde Staten wel staat geregistreerd maar in geen enkel land daarbuiten. Desondanks heeft een dierenarts in Nederland het onlangs toegediend aan een collie. Torbugesic is overigens een middel dat, volgens de website van de fabrikant aan katten wordt toegediend om pijn bij een operatie te bestrijden gegeven. De redactie zal proberen de ontwikkelingen rond dit middel nauwlettend te volgen.
Bijwerking van diergeneesmiddelen
Het gebeurt gelukkig niet vaak, maar het kan: een hond raakt in shock na een injectie met een diergeneesmiddel of gaat 'raar' doen nadat u een tabletje gegeven heeft of een vlooienbehandeling heeft uitgevoerd...
Hoewel diergeneesmiddelen uitvoerig getest zijn voordat ze in de praktijk mogen worden gebruikt, kunnen zich onverwachte bijwerkingen voordoen. Het is van groot belang dat deze bijwerkingen centraal gemeld worden, want dan kunnen maatregelen worden getroffen om ze in de toekomst te voorkomen. Hiervoor is er het Bureau Bijwerkingen Diergeneesmiddelen.
Registratie
Voordat diergeneesmiddelen in de praktijk mogen worden gebruikt, via de dierenarts of via de dierenspeciaalzaak, moeten ze eerst geregistreerd worden. Bij deze registratie beoordeelt de overheid de kwaliteit, de werkzaamheid en de veiligheid. Al bekende bijwerkingen, en de mate waarin deze voorkomen, worden meegenomen bij deze beoordeling voordat een registratie wordt verleend. Toch is het altijd mogelijk dat er zich nog nieuwe bijwerkingen openbaren als het middel in de praktijk wordt gebruikt. De praktijk is nu eenmaal anders: het aantal behandelde dieren is vele malen groter dan er in de testen zijn gebruikt, de omstandigheden zijn vaak anders en er worden soms combinaties van middelen gebruikt.
Wat is een bijwerking?
In de Diergeneesmiddelenwet staat een definitie: "een bijwerking is een reactie die schadelijk en ongewild is en die optreedt bij doses (van het diergeneesmiddel) die normaal bij het dier worden gebruikt (voor preventie, voor het stellen van een diagnose, voor de behandeling van een ziekte of voor de wijziging van een fysiologische functie)".
Hieronder vallen ook reacties bij mensen die met het middel in aanraking zijn gekomen of reacties na gebruik bij dieren die niet op het etiket staan. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen ernstige bijwerkingen en niet-ernstige bijwerkingen. Ernstige bijwerkingen zijn die waarop dieren sterven of in levensgevaar raken, letsel of lichamelijke ongeschiktheid veroorzaken of bij het behandelde dier aanleiding geven tot langdurige of blijvende ziekteverschijnselen. Ook kunnen bijwerkingen verdeeld worden in bekende en niet-bekende bijwerkingen. Bekende bijwerkingen staan vermeldt op het etiket of de bijsluiter.
BUREAU BIJWERKINGEN DIERGENEESMIDDELEN
In 1994 is door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een Bureau Bijwerkingen Diergeneesmiddelen het BBD, opgericht. De belangrijkste taak is het in ontvangst nemen en evalueren van meldingen van bijwerkingen. Afhankelijk van de aantallen meldingen, de ernst van de ongewenste reacties en de mate van zekerheid dat het middel inderdaad die reactie heeft veroorzaakt, kan er dan besloten worden om de registratie van het middel in te trekken of, bijvoorbeeld, een waarschuwing op het etiket te plaatsen.
Wie mag melden?
Iedereen mag een melding doen bij het BBD, maar de voorkeur gaat sterk uit naar de dierenarts (of de voor het middel verantwoordelijke firma). De dierenarts is veelal degene die het middel heeft voorgeschreven of toegepast, en is als beste in staat om de afwijkende reactie te beoordelen en te beschrijven. Ook is hij de deskundige als er naar aanleiding van een melding nog vragen moeten worden beantwoord.
De eigenaar van een dier heeft echter ook een belangrijke rol: hij of zij merkt vaak als eerste dat er 'iets niet klopt' en gaat daarmee naar de dierenarts. De dierenarts zal dan de producent en/of het BBD op de hoogte stellen van het vermoeden dat het gebruikte middel een bijwerking heeft veroorzaakt.
Naast het recht van de eigenaar en de dierenarts om bijwerkingen te melden, bestaat er voor de verantwoordelijke producent van het middel een meldingsplicht: aan hem meegedeelde vermoedens van een bijwerking dienen aan het BBD te worden doorgegeven.
Hoe melden?
Voor het melden zijn speciale formulieren gemaakt. Hierop staan vragen over het gebruikte diergeneesmiddel, het dier en de waargenomen reactie. De dierenarts heeft dergelijke formulieren of kan ze opvragen bij het BBD of de betreffende fabrikant.
Ook kan er telefonisch een (voor)melding worden gedaan naar het BBD: na overleg zal er dan alsnog om een schriftelijke melding worden gevraagd. Eigenaren van dieren kunnen eventueel ook rechtstreeks contact opnemen met het BBD.
Moet alles worden gemeld?
Hoewel 'bekende' bijwerkingen zo op het oog niets nieuws brengen, is het wel van belang om ze te melden. We weten namelijk meestal niet hoe vaak een bepaalde bijwerking voorkomt en of er omstandigheden zijn, of rasverschillen, die een invloed hebben.
Bekende bijwerkingen zijn meegenomen in het registratieproces op basis van gegevens uit het dossier en een bepaald verwachtingspatroon. Ervaringen na praktijkgebruik zijn echter van groot belang om de verwachtingen daaraan te kunnen toetsen.
Tot slot
Hoe goed een middel ook is en hoe uitgebreid het getest is, er is altijd de mogelijkheid dat er zich ongewenste bijwerkingen voordoen. Het is in het belang van ons allemaal - het dier, de eigenaar, de dierenarts en de fabrikant - om van deze voorvallen op de hoogte te raken. De ervaringen met diergeneesmiddelen in de praktijk zijn van grote waarde om voor nog betere en veiliger diergeneesmiddelen te kunnen zorgen. Iedereen heeft in dit samenspel zijn eigen rol, maar duidelijk mag zijn dat het zinnig is om deze ervaringen op een centraal punt bij elkaar te laten komen. Het begin ligt vaak bij u als eigenaar van het dier en bij uw dierenarts.
Geschreven door: Drs. Kamphuis, overgenomen uit: Cairn Nieuws
Noot redactie: adres Bureau Bijwerkingen Diergeneesmiddelen, Haagsteeg 2, 6708 PM Wageningen tel: 0317 465760











