Het is al eens eerder in een artikel aangegeven, alle ziekten die bij de mens voorkomen kunnen ook bij de hond voorkomen. Dat geldt dus ook voor diabetes of suikerziekte.
Diabetes is één van de oudste ziekten die goed beschreven is bij de mens. De ziekte werd al ongeveer 1500 voor Christus door de oude Egyptenaren beschreven. Ook de Griekse geneesheer Demetrius beschreef diabetes reeds 300 voor Christus. Hij verzon ook de naam voor de ziekte: diabetes. Niet voor niets betekent diabetes "doorstromen", wat slaat op de grote hoeveelheden vocht die diabetes patiënten tot zich nemen en ook weer uitscheiden. De Engelse arts Willes voegde in 1674 de tweede naam van de aandoening er aan toe: mellitus (= zoet). Dit sloeg op het feit dat de urine van diabetici een zoete smaak heeft.
Wat is suikerziekte precies?
Bij de vertering in de darmen wordt voedsel afgebroken tot voor het lichaam bruikbare bouwstenen; koolhydraten worden omgezet in suikers waarvan glucose de belangrijkste is. Glucose wordt vanuit de darm in het bloed opgenomen om in de lichaamscellen als brandstof te worden gebruikt. Lichaamscellen nemen alleen glucose op als ze daartoe door het hormoon insuline zijn aangezet. Als er te weinig insuline is, blijft er teveel glucose in het bloed zitten en is er sprake van suikerziekte. Suikerziekte is dus eigenlijk een insuline tekort.
Insuline
Insuline wordt gemaakt in bepaalde cellen van de alvleesklier of pancreas. Soms kunnen deze cellen onvoldoende of helemaal geen insuline vormen.
Diabetes valt onder te verdelen in diabetes insipidus en diabetes mellitus. Deze laatst genoemde vorm is de meest voorkomende vorm van suikerziekte bij honden, een op de 200 honden wordt erdoor getroffen. Bij teven komt suikerziekte tweemaal zoveel voor als bij reuen. De oorzaak hiervan is dat de eierstokken na elke loopsheid het hormoon progesteron afgeven, dat via een ander hormoon de werking van de insuline tegen gaat. Daardoor kan juist in de periode na de loopsheid suikerziekte bij de teef ontstaan. Middelen om de loopsheid te onderdrukken kunnen bij teven eveneens diabetes veroorzaken. Ook overgewicht kan de oorzaak zijn van het ontstaan van suikerziekte, bij reuen net zo goed als bij teven.
Bij diabetes insipidus wordt teveel insuline aangemaakt waardoor flauwtes en stuipen kunnen ontstaan, deze vorm van suikerziekte komt zelden voor.
De veel voorkomende diabetes mellitus valt onder te verdelen in type 1, type 2 en type 3:
- Type 1 wordt veroorzaakt door een gebrek aan insuline in het bloed, dit kan o.a. veroorzaakt worden oor een beschadiging aan de pancreas.
- Bij type 2 kunnen de lichaamscellen de verwerking niet aan.
- Bij type 3 kan het gebruik van corticosteroïden er de oorzaak van zijn.
De symptomen van suikerziekte zijn:
- Veel en vaker drinken
- Vaker urineren
- Futloos worden (vermoeidheid)
- Gewichtsverlies ondanks veel eten
- Oogproblemen (dubbelzijdige staar)
- Infecties
Bij mensen is het bekend dat suikerziekte hartproblemen kan veroorzaken.
Bij type 1 kan stress een rol spelen, sommige dierenartsen denken dat type 1 een auto-immuunziekte is waarbij het immuunsysteem de insulineproducerende cellen aanvalt en vernietigt, hoewel ook andere aandoeningen een verhoogd suikergehalte in het bloed te zien kunnen geven.
De diagnose suikerziekte wordt gesteld aan de hand van bloed- en/of urinetesten.
Diabetes bij honden wordt meestal behandeld met insuline injecties en een dieet dat rijk is aan voedingsvezels. Het bloedsuikergehalte bij honden die veel voedingsvezels eten is lager, doordat het zetmeelrijke voedsel moeilijk verteert, wordt de opname van suiker in het bloed vertraagd. Gerst is bijvoorbeeld zo'n koolhydraat dat moeilijk verteerd, rijst wordt snel verteert dus na gebruik hiervan stijgt de bloedsuikerspiegel zeer snel.Veel diervoederfabrikanten hebben naast hun gewone "lijn" diverse speciale voeders in hun assortiment, ook voor honden met diabetes.
Het toedienen van insuline hoeft niet pijnlijk te zijn voor de hond, de nek is een van de minst gevoelige plekken op de huid van de hond, dus uitermate geschikt om te injecteren. Daar komt nog bij dat honden niet die angst kennen voor injectienaalden zoals wij mensen die kennen. Het kost een tijdje voor de juiste insulinedosering is bepaald. In de beginperiode moet het glucosegehalte in het bloed regelmatig worden gecontroleerd. Als eenmaal de juiste dosis insuline is vastgesteld, kan het aantal controles worden verminderd. Regelmatige controle blijft echter wel noodzakelijk, want na verloop van tijd kan de behoefte aan insuline veranderen en kan een aanpassing van de dosering nodig zijn.
Regelmaat is belangrijk voor een hond met diabetes, op vaste tijden voeren en spuiten. Maar dit betekend niet dat de hond een saaie sok hoeft te worden. De overlevingskansen van een hond met diabetes zijn afhankelijk van de leeftijd waarop het is ontstaan, twee tot vijf jaar.
Geraadpleegde bronnen: Medisch Honden Handboek Dr. Bruce Fogle, Internet




