Eindelijk is het dan zover. De pup kan worden opgehaald bij de fokker. Een fantastisch moment, als dat zachte bolletje hondenleven in de armen kan worden gesloten en mee naar huis mag. Met die stap haal je jezelf als nieuwe hondenbezitter echter ook een grote verantwoordelijkheid op de hals. Het goed (op)voeden en verzorgen van een pup is immers een zeer serieuze zaak die veel aandacht, tijd en energie vergt. Zo is een pup,die in pakweg ruim een jaar tijd uitgroeit tot een hond van bijna het volwassen gewicht, in gedurende die gehele, o zo belangrijke groeiperiode voor zijn voedselvoorziening volledig afhankelijk van wat de roedelleider aan voedsel selecteert en overlaat. In de natuur is dit een hond(achtige) die op basis van zijn door evolutie tot stand gekomen instinct de keuzes maakt; in het geval van onze hond is dit de mens.
Van enig instinct in dit opzicht is dan ook geen sprake. Gelukkig hoeft dat geen probleem te zijn. Er is de laatste tientallen jaren zeer veel voedselonderzoek verricht en kennis vergaard over hoe we de pup moeten voeren. Helaas blijven er ondanks die kennistoename toch een aantal hardnekkige misvattingen circuleren, met als gevolg dat met name beginnende hondenbezitters op het verkeerde been gezet kunnen worden. Zo is een veel gehoorde fabel dat puppyvoer slecht zou zijn voor de snel groeiende pup. Het zou teveel eiwit bevatten waardoor HD en andere skeletafwijkingen zouden kunnen ontstaan. Zelfs dierenartsen waren soms deze mening toegedaan. Is dit waar, is puppyvoer gevaarlijk? Krijgen pups inderdaad teveel eiwit binnen en hoe zit het met kalk? Hoeveel mogen ze daar eigenlijk van hebben? Veel, en bovenal, lastige vragen, waar we hier een antwoord op proberen te geven.
Een pup stelt hoge eisen
Het zal bekend zijn dat de pup één van de snelst groeiende zoogdieren is. In hoog tempo vindt er telkens een verdubbeling van het gewicht plaats. Deze gewichtstoename kan vanzelfsprekend alleen maar uit de voeding voortkomen, waar dan ook zeer hoge eisen aan worden gesteld. De behoefte aan voedingsstoffen voor de groei is daarom zeker niet gelijk aan die voor het normale lichaamsonderhoud. Een voeder voor een groeiende pup moet optimaal zijn aangepast aan die hogere behoefte en is daarom anders van samenstelling dan een normaal onderhoudsvoer. Daarnaast is ook de opnamecapaciteit van het puppen maagdarmkanaal kleiner dan van een volwassen dier, terwijl er verhoudingsgewijs veel meer voedsel doorheen moet. Dit is een andere goede reden om de voeding speciaal op de behoefte van de pup aan te passen. Puppyvoer is, in vergelijking met normaal Adult voer, daarom geconcentreerder. Het bevat meer energie oftewel meer kilocaloriën per gram voer. Dit maakt het voor het groeiende lichaam makkelijker om aan de hoge energiebehoefte tegemoet te komen, want er hoeft van een dergelijk type voer niet zo veel te worden gegeten. Omdat de pup wel dezelfde dagelijks benodigde hoeveelheden voedingsstoffen (zoals eiwitten, vetzuren, vitamines, mineralen, etc.) binnen moeten krijgen, maar deze nu zijn samengeperst in een kleinere dagelijkse portie voer (de pup eet immers minder van een geconcentreerd voer) betekent dat wel dat de percentages van die voedingsstoffen overeenkomstig hoger liggen.
De eiwitfabel
We treffen daarom in puppyvoer bijvoorbeeld een hoger eiwitpercentage aan dan in het vergelijkbare Adult voer. Op dagbasis berekend in grammen krijgt de pup hiervan echter gewoon dezelfde hoeveelheid binnen als met een minder geconcentreerd voer het geval zou zijn. Er is derhalve helemaal geen sprake van hoge eiwitinname. Dit lijkt alleen door de declaratie op de verpakking. Los daarvan is een hoge eiwitinname voor de pup helemaal geen probleem. Er is geen enkel bewijs dat hier wat voor schadelijke effecten dan ook uit voort zouden komen. Dat zou erg vreemd zijn want de hond is -als roofdier- in de evolutie volledig aangepast aan het verorberen van prooidieren die nu eenmaal voor een flink deel uit eiwit bestaan.
Niet eiwit maar calcium is de risicofactor
De misvatting omtrent het gevaar van veel eiwit is gebaseerd op onderzoek van alweer een flinke tijd geleden waar destijds helaas verkeerde conclusies uit zijn getrokken. Men verhoogde tijdens dit onderzoek de eiwitgehalten in het voer door er meer vleesmeel aan toe te voegen. Bij de pups die met dit product gevoerd werden, trof men inderdaad meer skeletproblemen aan. Zoals nu echter bekend is onder anderen dankzij onderzoek dat aan de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht is uitgevoerd waren deze problemen niet het gevolg van het extra eiwit in de voeding, maar van de tevens in het vleesmeel aanwezige hoeveelheid calcium (kalk) die de honden hiermee extra binnen kregen. Dit was bij dit onderzoek de werkelijke oorzaak van de waargenomen problemen. Helaas speelt dit probleem vandaag de dag nog steeds, en is een teveel aan calcium ook nu nog de oorzaak van (veel) skeletaandoeningen bij groeiende honden van de zwaardere rassen. Het is dan ook zaak de calcium-inname strikt te reguleren. In een fabrieksmatig bereid voer is deze goed afgepast. Geven we de pup echter hiervan teveel te eten (m.a.w. meer dan de geadviseerde hoeveelheid) dan krijgt deze teveel kalk binnen. Het probleem hierbij is dat het spijsverteringsstelsel van de pup zodanig is "afgesteld" dat de darm extra calcium niet kan weigeren. Bijna alle kalk uit de voeding wordt opgenomen. Dit in tegenstelling tot de darm van de volwassen hond, die een teveel aan kalk eenvoudig niet opneemt en met de ontlasting het lichaam doet verlaten. Dit teveel aan calcium zorgt er bij de jonge pup voor dat de hormoonhuishouding die de botvorming stuurt ontregeld wordt. Onder invloed van een hoge calcium inname op jonge leeftijd worden in de schildklier meer cellen dan normaal aangemaakt die het hormoon calcitonine produceren, een hormoon dat de afbraak van bot remt. Deze afbraak is echter noodzakelijk bij de groei van bot omdat botgroei gepaard gaat met vormveranderingen. Oude structuren moeten dientengevolge worden opgeruimd.
Het ontstaan van groeipijn
Is een dergelijke extra celaanmaak aan de orde dan zorgt de calcium inname gedurende de gehele groeifase voor een meer dan evenredige calcitonine productie. Dit kan onder andere resulteren in het ontstaan van enostosis, oftewel groeipijnen. Hierbij worden de grootte van de openingen in het bot, waar de voedende bloedvaten door naar binnen en naar buiten lopen, niet voldoende snel aangepast aan de groei van dat bot en de met de groei eveneens toenemende dikte van die bloedvaten. Het botweefsel om de openingen heen wordt door het hoge calcitonine gehalte niet snel genoeg opgebroken waardoor de openingen te klein blijken. Hierdoor treedt er stuwing op in de bloedvaten, met als gevolg dat er oedeemvorming tussen bot en beenvlies plaatsvindt. Aan het beenvlies, dat hierdoor onder grote spanning staat, zitten de spierpezen vast. Knijpt zo'n spier samen dan geeft dit trekkracht op het gestuwde beenvlies wat uiterst pijnlijk is. In dergelijke gevallen weigeren honden dan ook simpelweg om te lopen.
Verstoorde kraakbeenrijping
Naast het ontstaan van groeipijn in met name de lange pijpbeenderen kan een te hoge calcium-inname ook een verstoorde kraakbeenrijping veroorzaken waardoor allerlei gewrichtsproblemen ontstaan. De omzetting van kraakbeen in bot, zoals deze normaal plaatsvindt tijdens de groei, stagneert waardoor lokaal geen vorming van botweefsel plaatsvindt. Als een dergelijk mankement zich vlakbij een gewricht voordoet, kan dit grote negatieve gevolgen hebben voor de ondersteuning van het gewrichtskraakbeen. Treedt daarnaast, als extra complicatie, door de te grote voedselopname overgewicht op, dan wordt het nog lang niet uitgerijpte skelet met name in de gewrichten als gevolg hiervan ernstig overbelast.
Gewrichtsproblemen
De defecten die door de verstoorde kraakbeenrijping in bijvoorbeeld de schouder, elleboog of heup zijn ontstaan in het gewrichtskraakbeen kunnen onder invloed van dit overgewicht gemakkelijk tot een scheur leiden en vervolgens een losse kraakbeenflap doen ontstaan (OCD = Osteo Chondritis Dissecans).
Soms kan deze flap zelfs helemaal losraken (een zogenaamde gewrichtsmuis) in het gewricht. Heftige pijn en kreupelheid zijn het gevolg.
Dit zijn zeer ernstige zaken die grote gevolgen voor het verdere functioneren van de hond kunnen hebben. Het spreekt voor zich dat als een dergelijk probleem eenmaal is ontstaan, er zo snel mogelijk adequate specialistische behandeling en begeleiding nodig zijn om het herstelproces zo optimaal mogelijk te laten verlopen.
Gewichtsmanagement en conditiebeoordeling
Veel belangrijker nog is uiteraard het voorkomen van dit alles. Zorg dat de pup de juiste conditie en gewicht heeft, met andere woorden geef de juiste hoeveelheid voer en verder niets meer, hoe graag de pup ook wil. Een goed gewichtsmanagement is zeker in het eerste levensjaar van groot belang. Bij de snel groeiende, grotere rassen, is zelfs aan een licht schrale opfok de voorkeur te geven. Daartoe is een groeicurve van de rasvereniging te gebruiken waar de groei van de eigen pup mee vergeleken kan worden, of de conditie van de pup zelf beoordelen aan de hand van een drietal meetpunten, te weten: de dikte van het vetweefsel op de ribben, de vetlaag bovenop het kruis (dit is het laatste deel van de rug vanaf de heupen tot aan de staartbasis) en de aanwezigheid van een taille. De ribben moeten ondanks de vacht goed te voelen zijn, datzelfde geldt voor de uitsteeksels van de lendenwervels boven op het kruis. Er mag bijna geen vetweefsel aanwezig zijn. Van bovenaf bezien moet er een zeer duidelijke taille aanwezig zijn. Voldoet de pup aan dit alles dan is zijn gewicht in orde. Is dit niet het geval, of wijkt de groei af van de groeicurve, dan moet de dagelijkse hoeveelheid voedsel worden aangepast, bijvoorbeeld met stappen van 10%. Dit proces dient herhaald te worden tot het juiste gewichtsniveau bereikt is. Uiteraard moet naast het gewone voer verder niets gegeven worden: geen tafelresten, geen kaas, geen snoepjes, niets.
Al deze zaken verhogen de calorie-inname en verstoren de voedingsbalans. Indien gewenst kan een hondenbiscuit gebruikt worden om de hond op verantwoorde wijze te belonen. Uiteraard moet de normale dagelijkse portie voer wel worden aangepast als dit soort beloningen met enige regelmaat worden verstrekt.
Een puppy-/juniorvoer is beter
Naast het verstrekken van de juiste hoeveelheid is het uiteraard zaak een goed (en volledig) fabrieksvoer te kiezen. Neem om hierboven genoemde redenen bij voorkeur een puppy of juniorvoer. Dit kan zonder problemen een jaar lang worden gebruikt, met name ook vanwege het gunstige calcium gehalte. Op het oog zijn de gehalten in Adult voer en een puppyproduct over het algemeen gelijk (1 - 1,2 %). Dit is echter schijn. In een puppyvoer is de calcium-inname per kilocalorie door het hogere energiegehalte namelijk lager dan bij het Adult voer. Dit is het belangrijkste argument om de pup op te fokken met een puppy/juniorvoer.
Uiteraard mag de calcium-inname ook niet te laag zijn want te weinig calcium is net zo schadelijk als teveel. De pup moet wel in staat worden gesteld om een sterk skelet op te bouwen en dit bestaat nu eenmaal voor een groot deel uit calcium.
Overige toevoegingen
Geeft u een volledig voer in de juiste hoeveelheid dan is het verstrekken van vitaminemineralen bevattende voedingssupplementen volkomen overbodig en zelfs sterk af te raden. Het hoofdvoer biedt de pup alles wat hij nodig heeft. Een toevoeging zal de zorgvuldig ingestelde balans in het hoofdvoer verstoren en in geval van een mineralenpreparaat de calcium inname door de pup verhogen. Beide aspecten zijn, zoals u nu bekend is, zeer ongewenst.
Tot slot
Na het lezen van dit alles lijkt het misschien of het voeden van de pup louter problemen en zelfs gevaren met zich mee brengt. Gelukkig valt dit erg mee, op voorwaarde dat we ons als roedelleider voor wat betreft de voeding aan de twee basisregels houden:
- geef een goed puppy- of juniorvoer zonder bijmenging van andere zaken (bijvoorbeeld vitaminepreparaten) of etensresten.
- geef de juiste hoeveelheid voedsel en niet meer dan dat, zodat de pup in een correcte (licht schrale) conditie blijft.
Houdt u zich hieraan dan legt u een optimale basis voor een lang en gezond leven van uw pup.
Overgenomen uit: Golden Nieuws geschreven door: Dr. R. Plekkringa








